woensdag 26 september 2012

DANKWOORD Griffel

Afgelopen maandag werden de Zilveren Griffels uitgereikt. Het was een liefdevolle, mooie avond. Ik mocht zelf een griffel in ontvangst nemen voor mijn boek TOEN KWAM SAM. Ter gelegenheid daarvan sprak ik het volgende dankwoord uit:

Soms komen honden aanlopen om nooit meer weg te gaan en soms komen verhalen aanlopen om nooit meer weg te gaan.
Dat overkwam me met Sam. Maar zoals bij Sam in Canada een neefje (Matthew, in het boek heet hij Kix) nodig was om de hond te koesteren en te verzorgen, zo waren er ook verschillende mensen nodig om het verhaal te koesteren en te verzorgen.
Allereerst waren daar mijn redacteur Mirjam Bolt en haar vervangster Judith Molenaar, die net zo scherp naar het verhaal keken als Matthew deed naar Sam. Dan mijn uitgeefster Bärbel Dorweiler, die me ooit met klem opdroeg goed te luisteren als een verhaal zich aandiende en geschreven móést worden.
Vervolgens was er Philip Hopman. Ik ben nog altijd heel trots dat hij dit boek heeft willen illustreren. Ik wachtte al tijden op het juiste verhaal om Philip voor te vragen, en hij stemde gelukkig toe. Daarna zag hij – net als Matthew – dat deze hond anders was als andere honden. Dat hij niet getekend wilde worden op routine, dat alleen de allersterkste pennenstreken sterk genoeg waren om hem op het papier te houden. En wie is er in Nederland beter in de allersterkste pennenstreken dan Philip?
Maar bij een hond als Sam en bij een boek als Toen kwam Sam ligt er ook een geschiedenis achter het moment dat ze aan komen lopen. In de jaren ervóór heb ik naar dieren leren kijken door de ogen van mijn vrienden Kaat Vrancken, Bibi Dumon Tak en Jan Paul Schutten. Zonder hun vriendschap, hun boeken en zonder hun lieve Bor en Sien had ik de wijsheid, de moed, de waarachtigheid en het zeer van Sam niet kunnen herkennen.
Tenslotte een dankjewel aan de griffeljury. Ik ben jullie heel dankbaar voor het in de ogen kijken van deze uitzonderlijke hond en dit voor mij persoonlijke verhaal.
En verder heb ik dit allemaal niet kunnen schrijven zonder mijn broer René en zijn vrouw Karen. Ik ben hen, en hun vier kinderen, heel dankbaar. Ik sluit af met de woorden van Matthew zelf: ‘I think I’m gonna dream of this dog for the rest of my life.’